Padden Werkgroep

Contactpersoon: Ton Bode Adres: Kallenkoterallee 143a 8331 AD Steenwijk Telefoon: 0521-512074 E–mail ton.bode@planet.nl

gewone pad - fotograaf Ton Bode
gewone pad – fotograaf Ton Bode

Hoewel padden het grootste deel van hun leven op het land doorbrengen trekken zij aan het begin van het voortplantingsseizoen in grote getale en veelal tegelijk naar het water. Door deze massale trek en daarbij het geringe tempo vallen veel slachtoffers ten prooi aan het wegverkeer.

Sinds 1980 is het bij de KNNV-afdeling bekend dat er jaarlijks massale paddentrek plaatsvindt naar de vijver in de wijk Paddenpoel nabij de Steenakkers. Om te voorkomen dat de padden bij hun trek slachtoffer van het verkeer worden sinds 1980 paddenoverzetacties georganiseerd. Behalve de gewone pad, vindt er mindere mate ook trek plaats van de kleine watersalamander. Soms worden ook bruine – en groene kikker in de vangemmer aangetroffen.

Alle amfibieën (padden, kikkers en salamanders) zijn beschermd.

Aanvankelijk werden padden met de hand overgezet, wat in de trektijd dagelijkse controles van enkele uren inhield. Sinds 1982 wordt er in de trektijd jaarlijks in de berm van de Steenakkers, aan de spoorbaanzijde, over een lengte van ruim 300 meter, van Kallenkoterallee tot voorbij de Dennenallee, gaas opgezet. Achter dit gaas worden gaten gegraven waarin opvangemmers worden geplaatst. Zodra het gaas is opgezet en de emmers geplaatst, vinden dagelijks twee controlerondes plaats; in de vroege ochtend en in de avonduren.

De intensiteit van de paddentrek hangt samen met weersomstandigheden einde winter en in het vroege voorjaar, dwz tussen eind februari en half april. Gaas en emmers worden eind februari geplaatst. Op dagen waarop de nachttemperatuur boven de 5˚C blijft en de relatieve vochtigheid hoog is (een motregentje vinden padden heerlijk), vindt er sterke trek van padden en salamanders plaats. Echter ook in perioden van droogte en kou worden controles uitgevoerd.

Het jaarlijks aantal over te zetten padden varieert van 18 in 2011 tot ruim 3300 exemplaren in 2000. Gemiddeld zijn er jaarlijks in de afgelopen 30 jaar 868 padden overgezet (zie de tabel). De padden die gewoonlijk jaarlijks terug keren naar de plek waar zij geboren zijn, kunnen in perioden van langdurige koude besluiten om, òf op minder geschikte plaatsen aan de voortplanting deel te nemen, òf om in dat jaar van voortplanting af te zien. Zij maken dan de trek maar de voortplantingsplaatsen niet af. Het is nooit te voorspellen hoe in de trekperiode de paddentrek zal verlopen.

Na het voortplantingsseizoen trekken de padden zich terug op het droge. Deze trek is veel minder massaal dan de trek naar het water toe. Op de terugweg zijn er in het algemeen geen slachtoffers te betreuren.

Het jaar 2011 geeft in vervolg op 2009 en 2010 een bijzonder treurig beeld. Een belangrijke factor in de teruggang lijkt de waterkwaliteit van de paddenpoel te zijn, die momenteel erg slecht is. Door de gemeente Steenwijkerland worden, samen met het waterschap Reest en Wieden, de mogelijkheden onderzocht om tot verbetering van de waterkwaliteit te komen.

Vooralsnog is door de paddenwerkgroep het besluit genomen om in 2012 niet tot opbouw van de beveiliging over te gaan, maar om op voor de paddentrek geschikte avonden controlerondes te lopen en net als in het begin handmatig de padden over te zetten

Jaar  Aantal Overgezette Padden

1982

2011

totaal:    26044  exemplaren              868  gemiddeld per jaar

Meer informatie over paddentrek, voortplanting en overzetacties zijn te vinden op http://www.padden.nu. Landelijke overkoepelende organisatie voor amfibieën (en reptielen/vissen) is de stichting RAVON.